Laatst zat ik met mijn koffie door Facebook te scrollen. Niet echt de meest verheven start van een dag, dat geef ik toe. Maar toen bleef ik hangen bij een bericht dat iemand had gedeeld over Dan Brown.

Je kent Dan Brown misschien van De Da Vinci Code, die thriller die de hele wereld aan het denken zette over Maria Magdalena en de verborgen geschiedenis van de kerk. Nou, hij was blijkbaar in Nederland geweest, het einde van zijn wereldtournee voor zijn nieuwe boek. En ergens tijdens een receptie in Brasserie Keyzer in Amsterdam had hij iets gezegd. Iets wat me deed stoppen met scrollen, waardoor ik mijn koffie neerzette, en het bericht aandachtig las.

Hij zei: “Het is toch fascinerend dat bewustzijn niet in onze hersenen zit, maar dat onze hersenen een radiotoestel zijn dat het bewustzijn waar het hele universum uit bestaat, ontvangt. Het betekent dat de dood niet bestaat. Het ontvangtoestel sterft maar het persoonlijke bewustzijn gaat op in het collectieve bewustzijn.”

Ik zat daar en voelde iets in me openbreken. Eindelijk zegt iemand hetzelfde wat ik al jaren zeg. Want dit – precies dit – is wat ik al jaren ervaar in mijn werk. Dit is wat ik probeer uit te leggen aan mensen die bij me komen, zoekend naar antwoorden op vragen die ze nauwelijks durven te stellen.
Ze komen binnen, vaak vastgelopen in het leven. Zo verschrikkelijk moe op een manier die ze niet kunnen verklaren. Hun dokter vindt niets. Hun bloedwaardes zijn prima. Maar ze voelen zich leeg, afgesloten, alsof er een glazen wand tussen hen en de rest van de wereld staat.

Of ze zitten vast in patronen die ze niet begrijpen. Ze reageren op manieren waar ze zich later voor schamen. Ze horen zichzelf dingen zeggen en denken: wie zegt dat? Dat ben ik niet. Dat wil ik niet zijn. En toch gebeurt het, keer op keer op keer.
“Waarom blijf ik dit doen?” vragen ze dan. En in hun stem hoor ik wanhoop, vermoeidheid, soms zelfs schaamte.
En ik vertel ze dan hetzelfde als wat Dan Brown zei. Dat hun hersenen een ontvanger zijn. En dat die ontvanger vol ruis staat.

Laat me je meenemen in hoe ik naar ons bewustzijn kijk. Want die telefoonmetafoor waar ik vaak over begin, is niet zomaar een leuk verhaal. Het is de beste manier die ik heb gevonden om uit te leggen wat er werkelijk aan de hand is.
Stel je voor: je hebt een prachtige, geavanceerde telefoon. Nieuwste model, enorme capaciteit, gebouwd om geweldige dingen te doen. Maar die telefoon draait op software die tien jaar oud is. Die draait programma’s die je ooit hebt geïnstalleerd en daarna bent vergeten. Die opent automatisch apps die je allang niet meer nodig hebt of kan juist niet de apps openen die je wel nodig hebt.
Zo werkt ons bewustzijn ook.

Je bent uitgerust met een ongelooflijk verfijnd ontvangstapparaat – je hersenen, je zenuwstelsel, je hele lijf eigenlijk. Maar dat apparaat ontvangt niet alleen signalen uit het hier en nu. Het ontvangt ook alle oude programmering. Alle oude overtuigingen. Alle angsten en overlevingsmechanismen die ooit nuttig waren maar nu alleen maar in de weg zitten.
En het wordt nog ingewikkelder.
Want die oude programma’s komen niet altijd alleen uit dit leven. Ze komen soms ook uit vorige levens.

Via het Akasha-veld – die kosmische database waar alle ervaringen die ooit zijn geweest, nu gaande zijn en nog moeten plaatsvinden opgeslagen staan – kunnen oude trauma’s, oude beloftes, oude verbintenissen nog steeds hun schaduw over je heen werpen.
In mijn werk maak ik dan ook onderscheid tussen twee bronnen waar ons bewustzijn uit put.
Eerst is er het bewustzijnsveld – dat enorme, collectieve veld waar Dan Brown het over had. Het veld waar we allemaal, altijd, deel van uitmaken. Dit is waar intuïtie vandaan komt. Waar plotselinge inzichten ontstaan. Waar die momenten van diepe verbondenheid uit voortkomen, wanneer je opeens precies weet wat je te doen staat, of wanneer je denkt aan iemand en diegene belt je. Dit is de universele frequentie.

En dan is er het Akasha-veld – die database van persoonlijke geschiedenis, levenslang en levensbreed. Hier staan jouw ervaringen opgeslagen. Niet alleen uit dit leven, maar uit alle levens. En net zoals oude bestanden je systeem vol kunnen maken en je telefoon kunnen vertragen, kunnen die oude ervaringen je nu nog belemmeren.

Hier komt mijn werk met gezichtsherkenning om de hoek kijken. Via gezichtsherkenning kan ik iemand verbinding laten maken met het Akasha-veld. Dan zie ik waar de blokkades zitten. Welke oude pijn nog doorwerkt. Welke belofte uit een vorig leven je nog steeds probeert waar te maken, ook al heeft die geen enkele relevantie meer voor wie je nu bent.
Dit opruimwerk is essentieel. Want je kunt wel proberen je ontvanger af te stemmen op dat heldere bewustzijnsveld, maar als er constant oude ruis tussendoor komt, krijg je nooit een zuivere verbinding.

Over de jaren heen heb ik drie kerntechnieken ontwikkeld die mensen helpen hun ontvangst te optimaliseren.
Ten eerste: lichaamsbewustzijn.
Want je lijf is niet zomaar een voertuig dat je rondzeult. Het is de hardware waarmee je bewustzijn zich manifesteert. Het is de antenne. En als je niet voelt wat er in je lichaam gebeurt, mis je cruciale informatie.
Hoeveel mensen lopen er niet rond die hun lijf behandelen als een lastig ding dat ze moeten beheren? Die pas merken dat ze gespannen zijn als ze hoofdpijn krijgen. Die pas voelen dat ze moe zijn als ze ineens omvallen. Die jaren over hun grenzen heen gaan omdat ze die grenzen niet eens meer voelen.
Lichaamsbewustzijn leert je om je lijf weer te horen. Om de verbinding met het bewustzijnsveld weer te herstellen.

Ten tweede: de dakraamtechniek.
Dit is misschien wel mijn favoriete beeld. Stel je voor dat je je hele leven in een kamer hebt gezeten. Een mooie kamer, hoor, met lampen en meubels en alles wat je nodig hebt. Maar het is er altijd een beetje schemerig. En je bent gewend aan die schemer, je weet niet beter.
Totdat iemand je laat zien dat er boven je hoofd een dakraam zit. Een raam dat je kunt openen. En als je dat doet, stroomt het licht naar binnen. Niet het kunstlicht van je lampen, maar echt licht. Helder, warm, levend.

Zo werkt verbinding met het bewustzijnsveld. Het is er altijd al. Het schijnt altijd al op je. Maar als je niet weet hoe je dat dakraam open moet krijgen, blijf je in je eigen kleine kamer zitten, met je eigen kleine lichtjes, zonder ooit te weten wat je mist.
De dakraamtechniek leert je dat raam te openen. Om bewust verbinding te maken met die grotere velden. Om te leren ontvangen in plaats van alleen maar zenden.

Ten derde: het verhelpen van technische straling.
Dit klinkt misschien het meest praktisch, maar het is cruciaal. Want we leven in een wereld vol met kunstmatige frequenties. Wifi-signalen, 5G-masten, bluetooth, smartphones, laptops – het zijn allemaal zenders die hun eigen signalen de ruimte in sturen.
En jij? Jij bent een ontvanger die probeert af te stemmen op subtiele frequenties. Op intuïtie. Op gevoel. Op dat zachte, stille stemmetje van je innerlijke weten.
Maar hoe kun je dat stemmetje horen als er constant tien andere programma’s tegelijk openstaan?
Technische straling verstoort letterlijk je eigen elektromagnetische veld. Het maakt je moe, troebel, afgesloten. Mensen merken het vaak niet eens, omdat ze er zo aan gewend zijn geraakt. Maar als je leert om je daartegen te beschermen, om je eigen veld te versterken, merk je opeens: o, dit is hoe helderheid voelt.

Ik zie het elke keer weer gebeuren in mijn masterclasses. Mensen komen binnen met hun rugzak vol oude pijn. Soms weten ze wat erin zit, vaak niet. Ze weten alleen dat die rugzak zwaar is. Dat ze moe zijn van het dragen. Dat er ergens, ooit, een moment moet komen waarop ze die last mogen neerzetten.
En dan beginnen we te werken. We gaan oefenen met lichaamsbewustzijn. We openen dat dakraam. We ruimen op in het Akasha-veld – die oude beloftes die niet meer van deze tijd zijn, die trauma’s die nog steeds hun schaduw werpen, die patronen die dienstbaar waren in een vorig leven maar nu alleen maar in de weg zitten.

En dan zie ik de verschuiving. Die ogen die anders kijken. Die schouders die zakken. Die adem die dieper wordt. Die stem die zegt, soms fluisterend, soms met tranen: “Oh. Dus daarom. Nu begrijp ik het.”
Want plotseling is de ontvangst helder. Plotseling staat die telefoon afgestemd op de juiste zendmast. Plotseling voelen ze wat Dan Brown bedoelde met dat collectieve bewustzijn. Ze voelen dat ze niet alleen zijn. Dat ze nooit alleen zijn geweest.

Het is geen magisch proces. Hoewel het soms magisch aanvoelt. Het is eerlijk werk. Het vraagt moed om naar die oude bestanden te kijken. Om te erkennen waar je vastloopt. Om bewust te kiezen voor een update, zelfs als dat betekent dat je afscheid moet nemen van patronen die je al je hele leven kent.
Maar het is het waard.

Waarom schrijf ik dit allemaal? Waarom raakte dat bericht me zo?
Omdat ik zie hoeveel mensen rondlopen met een ontvangst die niet goed afgestemd is. Die hun leven leiden vanuit oude angsten, oude overtuigingen, oude patronen. Die zich afgesloten voelen, alleen, vermoeid. Die vergeten zijn dat ze deel uitmaken van iets veel groters.
En omdat eindelijk, eindelijk, iemand met een groot podium het durft te zeggen. Iemand die miljoenen mensen bereikt. Die zegt: bewustzijn zit niet in je hersenen. Je hersenen ontvangen het. De dood bestaat niet. Je bent verbonden met iets veel groters.

Dit is geen zweverige praat. Dit is – en steeds meer wetenschappers komen tot dezelfde conclusie – hoe het werkelijk werkt.
Jij bent bewustzijn. Uitgerust met een prachtig, complex, gevoelig ontvangstapparaat. En als dat apparaat vol ruis staat, als het draait op oude software, als het verstoord wordt door technische straling – dan voel je je niet zoals je bedoeld bent te voelen.
Maar het hoeft niet zo te blijven.
Je kunt je systeem updaten. Je oude programma’s verwijderen. Je ontvangst optimaliseren. Je dakraam openen.
Je kunt transformeren in de beste versie van jezelf. Niet de versie die oude pijn van je heeft gemaakt. Niet de versie die anderen van je verwachten. Maar de versie die je werkelijk bent, onder al die lagen van conditionering en trauma en vergeten beloftes.

In mijn masterclasses leer ik mensen deze technieken. Niet alleen de theorie – daar worden we niet beter van. Maar de praktijk. Het daadwerkelijke werk. Het openen van dat dakraam. Het ontwikkelen van lichaamsbewustzijn. Het opruimen van oude blokkades uit het Akasha-veld. Het beschermen tegen technische straling.
Het is intensief werk. Het vraagt iets van je. Maar het geeft ook iets terug. Iets wat je misschien al jaren mist zonder te weten wat het is.
Helderheid. Verbinding. Het gevoel dat je thuiskomt in jezelf.

Want dat is uiteindelijk wat het betekent om je ontvangst te optimaliseren. Je komt thuis. In je lijf. In je leven. In dat grote bewustzijnsveld waar we allemaal deel van uitmaken.
Dus als je dit leest en er iets in je resoneert. Als je moe bent van die oude patronen. Als je klaar bent om die rugzak neer te zetten. Als je wilt weten hoe het voelt om helder te ontvangen. Dan nodig ik je uit.

Stuur me een bericht. Vraag een masterclass aan. Kom kijken wat er gebeurt als je die antenne schoonmaakt.
Want jij bent geen machine. Je bent bewustzijn, uitgerust met een prachtig ontvangstapparaat. En het wordt tijd om de ontvangst te optimaliseren.

Met warme groet,

Henk Janssen